|
De volledig RUUKKI productgamma voor particulier woningbouw
|
Technische specificaties Dakpanplaat ESKIMO
|
|
AFMETINGEN
- Nuttige breedte : 1025 mm
- Minimale lengte : 800 mm
- Maximale lengte : 7500 mm
(bij dakvlakken langer dan 7,50 m wordt
een overlap toegepast)
- Panmaat: 330 mm

- Terugsnede isolatie aan dakvoet:
± 85mm, andere maat op aanvraag mogelijk

|
GEWICHT (kg/m2)
|
Sbinnenzijde aluminiumfolie
|
binnenzijde staalplaat |
| Dikte |
|
|
| 60 mm |
7,15 |
9,70 |
| 80 mm |
7,50 |
10,00 |
| 100 mm |
7,85 |
10,30 |
THERMISCHE ISOLATIE
|
Thermische isolatiewaarde Rc
|
Thermische geleidings-
coëfficiënt K |
| Dikte |
R en m² C/W |
K en W/m²C° |
| 60 mm |
1,50 |
0,60 |
| 80 mm |
2,00 |
0,46 |
| 100 mm |
2,50 |
0,37 |
OVERSPANNINGEN
| Dikte |
Gordingsafstanden (mm) |
| 60 mm |
900 |
| 80 mm |
1200 |
| 100 mm |
1400 |
|
|
|
|
MINIMALE DAKHELLING:
De minimale dakhelling bedraagt 8°,ofwel +/-14%.
BREEDTE VAN DE OPLEGGINGEN
De minimale breedte van de opleggingen zijn:
- 60 mm bij houten gordingen
- 40 mm bij metalen gordingen
BEVESTIGING
De bevestiging dient op de "toppen" gerealiseerd te worden, met behulp roestvrij stalen of gegalvaniseerde schroeven. De schroefkoppen zijn gelakt in de kleur van de platen en zijn voorzien van een EPDM onderlegring.
| Dikte |
Houten gordingen |
Metalen gordingen |
Naadschroeven |
| 60 mm |
6,3 x 150 |
6,3 x 120 |
4,8 x 28 |
| 80 mm |
6,3 x 170 |
6,3 x 140 |
4,8 x 28 |
| 100 mm |
6,3 x 200 |
6,3 x 160 |
4,8 x 28 |
OVERLAP
LANGSNAAD
De montage van de panelen geschiedt van rechts naar links (kijkende vanaf de goot). Een PVC h-proriel zorgt voor een nette naadafwerking bij panelen met een aluminium folie binnenzijde.
EDWARSNAAD
De dwarsnaden dienen immer op een gording te liggen. De gewenste paneelafmetingen en overlappen worden door de fabrikant aangegeven.
|
|
|
MUURNOK
Het zetwerk voor de aansluiting op de muur kent een opgebogen flap welke afgekit dient te worden met een produkt zoals Sikaflex. De aansluiting op de dakpanplaat wordt gecompleteerd met een dichtingsband met het profiel van de dakpanplaat.
|
 |
|
GOOTDETAIL
Bij de gootaansluiting is de isolatie teruggesneden worden over ca. 85 mm. Indien gewenst kan deze lengte aangepast worden.
Een stuk zetwerk (waterslag) wordt bij de goot op de toppen van de dakpanplaat bevestigd en voorkomt dat het water over de goot heen schiet.
|
 |
|
KILGOOT
|
 |
|
NOK
De nok dient geïsoleerd te worden. De nokkappen worden met behulp van naadschroeven op de toppen van de dakpanplaat bevestigd.
|
 |
|
RWINDVEER
De windveren dienen tot over de eerste rij van dakpantoppen te dekken, waarbij het verticale deel de zijdelingse dichting verzorgt. Bevestiging geschiedt met behulp van naadschroeven of waterdichte klinknagels.
|
 |
|
|
|